2 Foute woordjes

In een gesprek over homoseksualiteit kun je elkaar al snel bezeren of afstoten. Dat merk ik zelf ook. Omdat bij de mensen van wie ik hou zowel actieve aanhangers van standpunt A als B zijn, merk ik dat ik van beide kanten te raken ben.( “Hé, je hebt het wel over míjn mensen”). Met bepaalde beweringen kun je de ander buitenspel plaatsen alsof zijn gedachtegang minderwaardig is. Soms zit het hem in één woordje. Valsspelen vind ik dat. Soms heel venijnig, soms openlijk, soms per ongeluk. Ik zal 2 voorbeelden noemen die ik vaak hoor, van beide kanten één.

Het woordje ‘Nog’ is er zo een, gebruikt door mensen die ervan overtuigd zijn dat homoseksuele relaties en geloven  samengaan.  Voorbeeld: Bij hen zijn homoseksuele relaties nog niet geaccepteerd. Wow, een klein woordje maar het lijkt ineens of jij zelf al zoveel verder bent dan die ander.  Alsof jij inmiddels beter weet, maar anderen zijn nog niet zover in dat proces.  Als in: ‘zij gelooft nog in Sinterklaas’. Ze kunnen het ook niet helpen, ze komen er vanzelf achter. Door aan te nemen dat christenen van kant B achterlopen in de emancipatie van homoseksualiteit, neem je hun bezwaren en zorgen niet serieus. Door ook nog eens te geloven dat de emancipatie onstuitbaar is, ga je ervan uit dat hun argumenten uiteindelijk geen stand kunnen houden. Hoe meer denigrerend wil je het hebben? Een klein woordje maakt in dit geval een groot verschil.

Een woordje dat deze mensen, die homoseksuele relaties afwijzen, te makkelijk gebruiken is ‘Bijbels’. Bijvoorbeeld ‘we moeten wel de Bijbelse visie uitdragen’. Bijbelse visie, Bijbels standpunt, Bijbelse grondslag: het woordje Bijbels maakt dat jij bij de groep zit die God en zijn Woord serieus neemt en begrijpt, de anderen hebben waarschijnlijk gewoon een visie gekozen wat hen goed uitkomt. (Want hé, als je de Bijbel goed leest, dan kom je zeker tot dezelfde conclusie als ik!) Superieur bijvoeglijk naamwoordje.

Ik besef dat het heel lastig is om werkelijk zonder een gevoel van superioriteit naar een ander te luisteren, als je het grondig met hem/haar oneens bent. Gelukkig geloof ik dat de Heilige Geest ons wil helpen en beetje bij beetje kan bevrijden van elke hoogmoed.

Anders

Gisteren vulde ik een enquête in waarin aan het eind naar mijn kenmerken zoals leeftijd, geslacht en karakter werd gevraagd. Ik moest 6 karaktereigenschappen aanvinken die bij me passen, en naast 5 andere, vinkte ik ook ‘gewoon’ aan. Daar moest ik wel een beetje om lachen, enerzijds omdat mijn dagelijks leven inderdaad een stuk gewoner is dan waar ik 15 jaar geleden van droomde, en anderzijds omdat ik me natuurlijk afvroeg of mijn familie en vrienden mij ook als ‘gewoon’ zouden omschrijven. Zouden er ook homo’s of lesbiennes zijn die ‘gewoon’ voor zichzelf aanvinken? Of ben je als homo of lesbi sowieso je hele leven ‘bijzonder’?  Sommige homo’s en lesbiennes ervaren nauwelijks ‘anders’ te zijn, behalve hun seksuele voorkeur dan. Anderen  vertellen  dat ze al jong het gevoel hadden ‘anders’ te zijn. Als je als enige allochtone gezin in een dorp woont, ben je ook anders. Maar dan ben je samen anders, jij en je broers en zussen en ouders. Als homo of lesbi wordt je geboren in een hetero-gezin en ben je dus anders dan je eigen gezinsleden en de mensen in je omgeving. Het is niet slechts je seksuele voorkeur die anders is; vaak zijn ook andere eigenschappen nét even iets anders, waardoor anderen aan je merken dat je anders bent. Er wordt om gelachen of grappig over gedaan. Ik moet toegeven dat ik zelf ook wel eens heb gelachen om homo’s met hun maniertjes. Terwijl het eigenlijk heel verdrietig is als die ander niet gewoon anders kan zijn op een gelijkwaardige manier. Homo’s en lesbi’s verhuizen nog al eens van een dorp naar de stad, waar meer anderen wonen. Dat geeft wel aan dat het niet makkelijk is om anders te zijn. Het zou al helpen als we wennen aan het anders zijn van anderen en dit niet verwarren met ‘zondig’. Want dat gebeurt volgens mij nog wel eens bij christenen; openlijke homoseksualiteit wordt afgekeurd. Maar wat is het dan precies dat je afkeurt?  Laten we eerlijk zijn dat we soms moeten wennen aan het anders zijn van de ander; dat is onze tekortkoming en niet die van de ander.

nmw2op de foto: een Koreaans acteur (No Min Woo) 

Eenheid

Er was eens een orkest dat streefde naar eenheid. Al die verschillende melodieën en ritmes verstoorden de harmonie, vonden ze. Om maar niet te spreken van alle verschillende klanken die de verschillende instrumenten hadden. In hun zoektocht naar eenheid werd eerst besloten wat de enige goede melodie was. De andere konden zich aanpassen of waren niet meer welkom. Vervolgens werd er lang gezocht naar het ware instrument. Dit leidde tot zoveel discussies dat het orkest dreigde uiteen te vallen in zoveel groepjes als er instrumenten waren. Toen richtten ze zich tot de dirigent om naar zijn bedoelingen te vragen. De dirigent nam de tijd om uit te leggen dat de verscheidenheid juist prachtig was en noemde van elk instrument de unieke eigenschappen. Tenslotte zei hij: ’ Als ieder zich op mij richt zorg ik dat al die verschillende klanken en melodieën een eenheid vormen.’

Er was eens een gemeente die streefde naar eenheid. ….

 

Is dat nodig: dat alle leden dezelfde opvattingen en manieren hebben? Soms maak ik me zorgen dat we zoveel streven naar eenheid dat er weinig ruimte is voor diversiteit. Iemand die ‘anders’ is zal zich dan niet thuis voelen bij ons. En verschillen van mening moeten besproken worden totdat we het eens zijn – óf één van ons opstapt.

Is het niet de uitdaging om onze verschillen te koesteren in plaats van te streven naar gelijkvormigheid? Blij te zijn met alle verschillende uitingsvormen, meningen en manieren en te vieren dat God werkt in al die verschillende mensen op even zoveel verschillende manieren?

Zoals Jezus zei: het is niets bijzonders als je van je vrienden houdt.  Zo is het ook het makkelijkst om gemeente te zijn met allemaal gelijkgestemden. Maar om van een clubje heel diverse mensen die als enige gemeenschappelijke hebben dat ze van Jezus houden, een eenheid te maken en onderling liefde te hebben; dát is een wonder van God.

Dus laten we niet meer streven naar allemaal dezelfde opvattingen of manieren te hebben. Integendeel:  laten we proberen zo verschillend mogelijk te blijven en toch gemeente te zijn. Laten we alleen in de echt essentiele zaken naar eenheid zoeken en in de overige naar liefde streven.

Taboe

T erwijl er nooit over gesproken wordt, weet iedereen er van
A ls iemand er over begint, spitsen alle oren zich
B ij ons in de gemeente komt het niet voor
O nuitgesproken vooroordelen
E enzaam

- Homoseksualiteit in de gemeente is vaak een taboe -

30 tinten oranje

Hoe zie jij homoseksualiteit en heteroseksualiteit? Van een hele andere soort, een beetje alsof de hetero’s appels en de homoseksuelen peren zijn? Veel mensen denken er zo over. Alsof er twee verschillende soorten mensen zijn, en dan niet mannen en vrouwen, maar homo’s en hetero’s. Je wordt geboren als een appel of als een peer, dat heb je niet in de hand.  Voor deze mensen is het zo klaar als een klontje dat ‘homotherapie’ (gericht op verandering van geaardheid) bij voorbaat kansloos is. Als je als een peer geboren bent wordt je natuurlijk nooit een appel.

Andere mensen denken dat homoseksuelen door beschadiging in hun jeugd zo geworden zijn. Bijvoorbeeld door een dominante moeder in combinatie met een afwezige vader, of door vroegkinderlijke afwijzing en pijn. In onze vergelijking is een homoseksueel dan geen peer, maar een scheefgegroeide appel die denkt dat hij  een peer is.  Het is echter wel degelijk bedoeld en begonnen als een appel, dus wellicht, wanneer hij op zoek gaat naar de kern, dat hij die vorm nog kan terugvinden.

In werkelijkheid blijken beide vergelijkingen niet op te gaan. Er zijn niet slechts twee soorten mensen en ook niet slechts één soort. Seksualiteit blijkt een stuk complexer dan dat. Hoe je je geaardheid ervaart blijkt met een hoop factoren samen te hangen, zoals hoe je je eigen sekse-identiteit ervaart en de aantrekkingskracht die je ervaart vanuit mensen van je eigen of het andere geslacht. Je kunt je méér of minder aangetrokken voelen tot mannen, niet slechts wel of niet. En evenzo voor vrouwen. Hoewel ongeveer 6 % van de mensen zichzelf homoseksueel noemt, voelt 12 % zich in meer of mindere mate aangetrokken tot mensen van hetzelfde geslacht* .

Kortom, er is meer sprake van een  ‘glijdende schaal’ tussen ‘homoseksueel en heteroseksueel, waarbij mensen zich ook enigszins aangetrokken kunnen voelen tot mensen van hun eigen en het andere geslacht. Uit onderzoek blijkt ook dat mensen in de loop van hun leven soms enigszins opschuiven op de schaal van gerichtheid. ( waarbij ze zich meer of minder aangetrokken voelen tot mensen gelijk geslacht). Misschien is een betere vergelijking die tussen twee kleuren: stel dat geel staat voor heteroseksualiteit en rood voor homoseksualiteit. De meeste mensen ervaren zichzelf als geel, enkelen als rood, en daartussen in zijn er zeker 30 verschillende tinten oranje. Daar kun je vast een prachtige zonsondergang mee schilderen.bron: https://www.google.nl/url?sa=i&rct=j&q=&esrc=s&source=images&cd=&cad=rja&uact=8&docid=Wm9OyoaBtJAntM&tbnid=LZkUEgZdz2HxtM:&ved=0CAQQjB0&url=http%3A%2F%2Fmikemeth.deviantart.com%2Fart%2FSunset-Speed-Painting-251552969&ei=CpZBU932BqSN0AW9voDoAg&bvm=bv.64367178,d.Yms&psig=AFQjCNHgOg8ln9GCW3ifCB0It19uWgAhNA&ust=1396893571554202

 

* Bron: http://www.ncj.nl/programmalijn-kennis/themas/knooppunt/artikel/?artid=394&dossid=82

Hitte en kou

Wat is dat toch met het onderwerp homoseksualiteit: het is zo lastig er in rust en ruimte over te spreken. Wanneer het onderwerp ter sprake komt verandert een gemoedelijk gesprek al snel in een felle discussie, met verhitte gezichten en kant&klare stellingen. Ook ik vond mezelf onlangs in een gesprek dat uitmondde in felle argumenten, een scherpe toon en onbegrip over en weer. Wat jammer toch.

De hitte van de discussie maakt dat veel christenen huiverig zijn geworden voor het onderwerp homoseksualiteit. Ook kerkleiders zijn terughoudend en huiverig voor het vuur dat het onderwerp kan losmaken binnen de gemeente. Kenmerkend voor vuur is immers dat het binnen no-time hevig kan oplaaien,  snel om zich heen grijpt en alles wat opgebouwd is kan verteren, niks dan as overlatend. Dat willen we niet! Gelukkig hebben we ook een doofpot, daar is het onderwerp veilig. Er is al zo veel verdeeldheid, we moeten juist die onderwerpen zoeken die ons samenbinden.  Eerlijk is eerlijk; er zijn kerken gescheurd om veel kleinere verschillen dan het hete hangijzer dat homoseksualiteit is. Begrijpelijk dat we daar onze vingers niet aan willen branden.

Ik heb alleen het gevoel dat we, door het onderwerp in de doofpot te houden, onze homoseksuele broeder en lesbische zus zo in de kou laten staan…

Misschien moeten we toch op zoek naar een manier waarop we onze vragen, twijfels en overtuigingen omtrent homoseksualiteit met elkaar kunnen delen op zo’n manier, dat iedereen er warm van wordt, maar niemand verhit…;-) Ik heb me voorgenomen te blijven oefenen in het aangaan van een eerlijk, open en kwetsbaar gesprek over homoseksualiteit en geloven.

Voor of tegen

Wanneer het gaat over homoseksualiteit stellen mensen mij vaak vrij snel de vraag of ik voor of tegen ben. Of te wel: mag het van God? Zoals ik ergens op de website schrijf: christenen in Nederland lijken verdeeld in twee kampen op dit gebied.  En dan is het natuurlijk fijn om te weten in welk kamp ik hoor.

Wat ik weet, is dat God ons vraagt om Hem lief te hebben boven alles. Meer dan ons eigen leven. Als homoseksueel komt dan al gauw de vraag naar boven: Wat nu als God van mij vraagt geen relatie aan te gaan (en dus ook geen kinderen, kleinkinderen en schoonfamilie), mijn hele leven lang?

Ja, wat dan? Het is nogal een vraag, een groot offer. Dat vraagt veel liefde en vertrouwen. Het doet me denken aan verhalen van Open Doors over christenen die dingen op moeten geven voor God. Zou ik het kunnen?

Groot respect voor iedereen die serieus deze vraag oppakt. Ongeacht of hij/zij tot de conclusie komt dat God dat inderdaad van homoseksuelen vraagt. Zou je je toekomstplaatje op kunnen geven en vertrouwen dat je aan je relatie met God genoeg hebt? Wat zou mijn antwoord zijn? zou ik bereid zijn? De meeste dagen zit in veilig in mijn comfortzone. De vraag wat ik voor Jezus op wil geven wordt wekelijks eventjes actueel wanneer de collectezak voorbijkomt en ik door mijn portemonnee blader. Dat is toch even van een andere orde. Dus nogmaals, Groot Respect.